Schietsport in Nederland

Volgens de KNSA begon de Nederlandse schietsport rond 1851, toen koning Willem III dertien scherpschutterscompagnieën op Het Loo ontving voor een koninklijke wedstrijd. De in 1890 opgerichte Vereeniging van Nederlandsche Scherpschutters fuseerde in 1968 met twee jongere organisaties, waaronder de luchtgeweerbond, tot de KNSA, de enige schietsportorganisatie die ISSF en NOC*NSF erkennen; alleen schutters van haar verenigingen kunnen voor Europese en wereldkampioenschappen worden ingeschreven.

De KNSA heeft geen individuele leden: een schutter wordt lid van een vereniging, die hem aanmeldt, en een nieuw lid van 16 jaar of ouder levert een verklaring omtrent het gedrag (VOG) in, getoetst aan acht jaar justitiële gegevens in plaats van de gebruikelijke vier. Voor een eigen vuurwapen is daarna een verlof van de korpschef nodig, telkens voor ten hoogste een jaar geldig.

Wapenverlof in Nederland

  • Voor een verlof is een jaar gewoon lidmaatschap van een door de KNSA gecertificeerde vereniging nodig en 18 schietbeurten met een vuurwapen in de afgelopen 12 maanden.
  • Het verlof geldt hoogstens een jaar; voor elke verlenging zijn weer 18 schietbeurten nodig, vastgelegd in een door de vereniging getekend schietregister.
  • Tot vijf wapens, en maar één in het eerste jaar van je eerste verlof.

De hele weg naar een verlof

Bonden

  • KNSA · Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie

Kaarten

KNSA

De nationale organisatie van de Nederlandse schietsport, met zo’n 650 aangesloten verenigingen, schutterijen en gilden.

Alle 8 kaarten van KNSA

Bronnen: KNSA, “Historie” and “Fusie 3 organisaties tot KNSA”; KNSA, “Erkende autoriteit”; KNSA, “Lid worden”; KNSA, “VOG”; Justis, “Wapenverlof of jachtakte aanvragen”; KNSA, “Over KNSA”, geraadpleegd op .